Skip to main content

3D modellen maken met fotogrammetrie

Hoe maak je nou een fotogrammetrie 3D model? Ik leg het hier uit. Om van foto's naar een 3D object te gaan heb je drie belangrijke onderdelen: De juiste foto's maken, de foto's in een programma zetten en het model uit printen. Ik leg hier de drie onderdelen uit.

Foto's maken

Om een fotogrammetrie 3D model te maken raad ik een goede camera aan. Een camera van minimaal 12 megapixels is meestal al goed genoeg. Een megapixel staat voor een miljoen pixels, dat betekent dus hoeveel pixels (puntjes) de foto heeft. Een gemiddelde telefoon heeft een 12 megapixel camera, dus die kan je ook gebruiken voor fotogrammetrie. Ook moet je instellen om zo weinig mogelijk ''depth-of-view'' te gebruiken. Als je minder depth-of-view gebruikt, focust de camera zich meer op het object zelf en minder op de achtergrond. Je kan depth-of-view veranderen in je camera instellingen, dit verschilt voor elke camera. 

Tijdens het maken van de fotos moet je ook letten op verschillende dingen. 

 

 

2. Fototechnieken

  • Overlap is cruciaal: Zorg ervoor dat elke foto ongeveer 60-80% overlap heeft met de vorige.

  • Loop om het object heen: Maak foto's vanuit verschillende hoeken, zodat alle details zichtbaar zijn.

  • Gebruik een rasterpatroon: Neem eerst een rij foto's op ooghoogte, daarna van boven en onder.

  • Neem close-ups voor detail: Extra foto's van ingewikkelde details helpen bij het verbeteren van de resolutie.

  • Vermijd reflecties en schaduwen: Diffuus licht werkt het best, dus buiten op een bewolkte dag of met een softbox.

3. Wat te vermijden?

  • Glanzende of transparante oppervlakken: Die zijn moeilijk te reconstrueren, dus gebruik matte spray.

  • Grote variaties in belichting: Houd de lichtomstandigheden zo consistent mogelijk.

  • Weinig textuur: Monochrome en gladde oppervlakken geven vaak problemen, gebruik eventueel markeringen.